Blogs van advocaten
in Amsterdam

Bibob-onderzoek bij aanvraag vergunning

Bibob-onderzoek bij aanvraag vergunning 

De Wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur) geeft gemeenten en andere bestuursorganen de mogelijkheid onderzoek te doen naar de integriteit van de aanvrager  van een vergunning,  subsidie, of van inschrijvers op een aanbesteding. Ook bij schaarse vergunningen zal ook Bibob-toetsing plaatsvinden, zoals bij vastgoedprojecten, horecaexploitatie en coffeeshops, financiële vergunningen en ontheffingen en grote evenementen. De overheid gebruikt de Wet Bibob nogal eens om een aanvraag voor een vergunning te weigeren en dan is het zinvol een Bibob advocaat in te schakelen. 

Invullen Bibob formulier bij aanvraag vergunning 

Een Bibob procedure begint met het verzoek van de gemeente (of ander bestuursorgaan) een “Bibob-formulier” in te vullen. Ik assisteer klanten ook bij het invullen van dit Bibob formulier. Het betreft doorgaans uitgebreide lijsten waarin om informatie wordt gevraagd. Deze informatie wordt gebruikt om de integriteit van de aanvrager te controleren. De informatie welke wordt gevraagd, heeft voornamelijk betrekking op de betrokkenheid van de personen bij de onderneming, de financiering van de onderneming, de zeggenschap en dergelijke. Het is van belang de gevraagde informatie in het kader van de Bibob procedure zo volledig mogelijk te verstrekken. Onvolledige informatieverstrekking kan ook tot een negatief Bibob advies leiden. 

Onderzoek aanvrager vergunning door Landelijk Bureau Bibob 

Naast eigen onderzoek kunnen bestuursorganen ook een beroep doen op het Landelijk Bureau Bibob (LBB), onderdeel van de Dienst Justis van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Op verzoek bekijkt dit bureau of er ernstig gevaar bestaat dat een vergunning, subsidie, vastgoedtransactie of overheidsopdracht misbruikt zal worden voor criminele activiteiten. Op grond van dit advies kunnen overheden weigeren met de aanvrager in zee te gaan. Het Openbaar Ministerie (OM) is een aangever van informatie bij toepassing van de Wet Bibob. 

Toetsing aan artikel 3 Wet Bibob na aanvraag vergunning 

Artikel 3 van de Wet Bibob is van toepassing bij vergunningverlening of controle of een vergunning nog correct wordt gebruikt. Artikel 3 van de Wet Bibob omvat kort samengevat de volgende toets:

1)  Een bestuursorgaan kan op basis van de Wet Bibob een vergunning of subsidie weigeren of intrekken wanneer er sprake is van ernstig gevaar dat de beschikking mede gebruikt zal worden voor:
a) het benutten van voordelen uit strafbare feiten
b) het plegen van strafbare feiten
2) Voor de beoordeling of  er “ernstig gevaar” is dat een beschikking (vergunning) “verkeerd” gebruikt gaat worden, wordt gekeken naar  feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven beschikking een strafbaar feit is gepleegd (bijvoorbeeld valsheid in geschrifte of omkoping). 

Advies door Landelijk Bureau Bibob 

Het Landelijk Bureau Bibob zal het Bibob-onderzoek doen en advies geven aan het bestuursorgaan dat de vergunning moet verstrekken, dan wel een vergunning wenst in te trekken of te weigeren.  Het Bibob-advies kan drie uitkomsten hebben. Er kan geconstateerd worden dat er:
(1) geen gevaar is dat de gewenste vergunning wordt misbruikt voor criminele activiteiten. De vergunning wordt dan verleend.
(2) ook kan het onderzoek uitwijzen dat er een mindere mate van gevaar bestaat. De gemeente kan dan extra voorschriften verbinden aan het verlenen van de vergunning.
(3) Landelijk Bureau Bibob kan ook constateren dat er ernstig gevaar bestaat dat de vergunning zal worden misbruikt voor criminele activiteiten en een negatief advies uitbrengen.
Het advies is niet bindend voor de gemeente. Het bestuursorgaan mag het advies niet zonder meer overnemen, maar dient zelf ook afwegingen te maken op basis van het advies.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (vergelijk de uitspraken van 18 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA9799 en 20 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR2279), mag de burgemeester die de aanvraag van de vergunning behandelt in beginsel van het advies van het  Landelijk Bureau Bibob uitgaan, gelet op de expertise van dit bureau. De burgemeester moet zich er wel terdege van vergewissen dat het advies en het onderzoek op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en de feiten de conclusies kunnen dragen. Dat is bijvoorbeeld niet het geval als de feiten voor de conclusie te weinig (directe) aanwijzingen bieden of in verschillende richtingen wijzen, onderling tegenstrijdig zijn of niet stroken met wat overigens bekend is. 

Uitbreiding toetsing Bibob bij alle overheidsopdrachten 

Met een wetswijziging zal Bibob-onderzoek toegepast kunnen worden bij alle overheidsopdrachten. Nu is dit Bibob-onderzoek nog beperkt tot de sectoren bouw, ICT en milieu. Reden hiervoor was dat vooral deze sectoren kwetsbaar waren voor criminaliteit vanwege overheidsopdrachten met een aanzienlijke maatschappelijke of economische waarde. De behoefte om misbruik van overheidsopdrachten te voorkomen, bestaat bijvoorbeeld ook bij het personenvervoer en de zorg. Na de wetswijziging kunnen overheden justitiële gegevens kunnen opvragen bij hun onderzoek naar de zakelijke omgeving van een bedrijf of persoon. Dat gaat over degene die bijvoorbeeld de aanvrager van een vergunning veel geld leent. Maar het kan ook een beheerder, bestuurder of aandeelhouder zijn die vermeld staat op de aanvraag van een subsidie. Nu mogen overheden dit soort gegevens alleen gebruiken van de aanvrager zelf en niet van zijn zakelijke relaties. 

Misbruik Bibob-toets door vage termen Wet Bibob 

Misbruik ligt op de loer bij toepassing van de Wet Bibob. Dat komt omdat de termen in de wet vaag zijn, zoals de term “ernstig gevaar”. De ene burgemeester zal sneller iets ernstiger vinden als de andere. Het inschatten dat iets in de toekomst zal gebeuren is ook een subjectief oordeel dat door een bestuursorgaan makkelijk voorgewend kan worden. Een andere vage term die tot veel rechtszaken heeft geleid is de term ‘slecht levensgedrag’, dat is in de drank- en Horecawet een grond om een horecavergunning in te trekken. In de horeca en bij coffeeshops kan de burgemeester een vergunning weigeren (of verlof) of een bestaande vergunning intrekken. Bijvoorbeeld als sprake is van ‘slecht levensgedrag’ in de zin van de Horecawet en Wet Bibob. Er is inmiddels veel rechtspraak dat weigering van een vergunning wegens ’slecht levensgedrag’ vaak ten onrechte plaatsvindt. 

Rechtsbescherming tegen gevolgen Bibob onderzoek 

Rechtsbescherming bij toepassing van de Wet-Bibob moet vooral uit toepassing van de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit volgen. Het bestuursorgaan bekijkt eerst of er geen bestaande weigeringsgronden zijn zoals genoemd in de Algemene Plaatselijke Verordening en de Drank- en Horecawet. Deze bestaande weigeringsgronden hebben namelijk ook betrekking op de integriteit van de vergunningaanvrager of  vergunninghouder. Te denken valt bijvoorbeeld aan de eis “niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn”, of de eisen genoemd in het “Besluit eisen zedelijk gedrag”, behorend bij de Drank- en Horecawet. Voor de Drank- en Horecawet bestaat een verplicht door de centrale overheid vastgesteld aanvraagformulier.

Voorts dient het bestuursorgaan te onderzoeken of zij niet zelfstandig de Wet Bibob kan toepassen. Dit onderzoek vindt plaats met behulp van de in artikel 30 van de Wet Bibob omschreven aanvraagformulieren. Een dergelijk Bibob formulier komt naast het door de centrale overheid vastgesteld verplichte aanvraagformulier. In dit formulier wordt onder meer gevraagd wie de leidinggevenden, aandeelhouders en financiers van betrokkene(n) zijn, de zogenaamde “bibobrelaties” en wie bijvoorbeeld onderaannemer is en wat de wijze van financiering is. 

Bezwaar maken tegen Bibob besluit 

Indien op basis van een Bibob-advies een vergunning wordt geweigerd of ingetrokken, dan kan de aanvrager bezwaar aantekenen bij het bestuursorgaan. Ook is het mogelijk gelijktijdig een voorlopige voorziening te vragen tegen een negatief Bibob-besluit. Aangezien de Wet Bibob soms wel erg ruim wordt opgevat en toegepast kan het zinvol zijn en advocaat te raadplegen en het oordeel van de rechter te vragen. Het is raadzaam om tijdig advies te vragen van een advocaat te vragen om een beeld te krijgen wat de juridische mogelijkheden zijn om het Bibob-besluit aan te vechten. Uit jurisprudentie over de Wet Bibob blijkt dat er regelmatig besluiten op basis van een Bibob-advies worden vernietigd. Dat is doorgaans het geval als het Bibob-besluit onvoldoende is gemotiveerd. Neem contact op met advocaat Mark van Weeren als u een vraag heeft over de wet Bibob.
Meer over dit onderwerp is te lezen in mijn boek De strijd om Schaarse Vergunningen (Kluwer. 2014)

Categorie├źn

Juridisch actueel

Movie

Contact form